vrijdag 17 maart 2017

In Haïti is er nog hoop






Ik ben Enel Fils, seminarist uit Haïti. Ik kom uit een groot, diep gelovig gezin met acht kinderen, allemaal jongens. Van jongs af aan brachten mijn ouders ons naar onze parochiekerk om deel te nemen aan de dagelijkse activiteiten en de mis.
Daar begon het allemaal. Ik herinner mij in het bijzonder een priester die soms de mis opdroeg in een kapel aan de voorzijde. Deze priester ging elke keer nadat hij klaar was met de mis bij mijn oma langs om haar de heilige communie te brengen. Hij deed dit elke keer als hij in onze parochie op bezoek was, en dat maakte zo’n diepe indruk in mijn hart, dat ik mijn moeder in het Creools vroeg: “Mama, wat moet ik doen om priester te wor-den?”(Creools is een taal die overal op Haïti wordt gesproken.) Zij antwoordde: “Jongen, dan moet je heel veel bidden.”


Na de basisschool besloten mijn ouders mij naar Port-au-Prince te sturen, de hoofdstad van Haïti, omdat er in de streek waar wij woonden geen vervolgonderwijs was. Ik heb het gymnasium afgerond, omdat ik wist dat ik priester wilde worden. Daarna moest ik twee jaar wachten voor ik mijn toelatingsexamen voor de universiteit kon doen en in die tijd was er geen bisschop in ons bisdom. Er waren veel aanvragen voor het toelatingsexamen. Hoe dan ook, na een uitgebreid onderzoek waarin aandacht werd besteed aan menselijke, sociale, psychologische en geestelijke aspecten, begon ik aan mijn eerste jaar van de universiteit. Ik ging filosofie doen, totdat ik een telefoontje van de bisschop kreeg. Hij belde mij voor een afspraak, en daarbij vertelde hij mij dat hij graag mensen wilde met een brede algemene vorming, want die waren in het bisdom heel hard nodig, en Rome was de juiste plek om die vorming op te doen. Korte tijd na dat gesprek kreeg ik van de bisschop te horen waar mijn nieuwe verblijfplaats zou zijn: de Sedes Sapientiae, een internationaal kerkelijk seminarie in het hart van Rome, in Trastevere, omdat hij van mening was dat dat de beste plek was voor mijn geestelijke, intellectuele en sociale ontwikkeling.

studenten in het seminarie Sedes Sapientiae in Rome


Probeer je voor te stellen wat ik beleefde! Deze prachtige kans zou mij in staat stellen om op zekere dag terug te keren naar Haïti om mensen te helpen. Feit is dat het land sinds 2010 een moeilijke en chaotische tijd heeft doorgemaakt. De bevolking leeft in de meest extreme ellende, en een groot deel van haar hulpbronnen zijn na de aardbeving verloren gegaan. En tot overmaat van ramp, terwijl de wond nog niet genezen was, sloeg de orkaan Matthew toe, die weer nieuwe rampen veroorzaakte voor het gehele Zuidwesten van het land, waar-door een groot deel van de bevolking van zijn basisbehoeften was beroofd. Maar ondanks dit alles is het Haïtiaanse volk moedig en sterk.

Ik geloof vast dat de hulp van God en de vorming die ik krijg mijn land kunnen helpen weer nieuwe hoop te krijgen en niet op te geven in het zicht van zoveel verdriet. Ik bid dat veel andere seminaristen ook zo’n prachtige gelegenheid mogen krijgen om de kunnen bouwen aan een betere toekomst voor Haïti en voor de hele wereld. Dank u wel, heel veel dank!




Lubomir Urbancok, derdejaars student theologie aan de Pauselijke Universiteit vertelt van de Slowaakse kardinaal Korec en de invloed op zijn leven.
Nog niet zo lang geleden, het was oktober 2015, vierden wij in mijn land de begrafenis van een van de belangrijkste figuren in de Slowaakse Kerk, Ján Chryzostom kardinaal Korec. Hij was werkelijk een vader van onze natie. Twaalf jaar lang zat hij opgesloten in de gevangenis en al die jaren legde hij getuigenis af van zijn geloof. Door de Goddelijke Voorzienigheid zijn wij op dezelfde dag jarig, en lange tijd werd mijn geloof gevoed door zijn dagboeken en andere geschriften van hem.

Na de val van het communisme zit mijn land in dezelfde dubbelhartige situatie waarin alle westerse landen zich tegenwoordig bevinden. We leven in een wankel evenwicht tussen traditioneel geloof en secularisatie. Maar als wij de geschriften van onze geliefde kardinaal op-nieuw lezen en zien hoe moeilijk het was vanuit het geloof te leven tijdens de jaren van dictatuur, dan beseffen wij dat, als onze Kerk vandaag nog leeft, dat te danken is aan mensen die een hoge prijs hebben betaald en voor hun liefde tot God onder een heftige vervolging hebben geleden.
Ik was zo gegrepen door de figuur van kardinaal Korec dat ik als jongen al begon na te denken of ik niet net als hij jezuïet wilde worden. Als kind was ik al verliefd op de liturgie van de Kerk en in kardinaal Korec vond ik een uitzonderlijk voorbeeld om na te volgen.
Maar de “Ignatische weg” neemt de studie van theologie heel serieus, en dus, vanwege mijn voorliefde voor de studie van de sterrenkunde, nam ik tijdelijk afstand van mijn roepingsbesluit. Ik bracht uren op de sterrenwacht door en begon met de studie van natuurkunde. Met het bestuderen en waarnemen van de hemel was ik op zoek naar een antwoord dat nooit kwam.
Op een gegeven moment, terwijl ik bezig was met het waarnemen van de sterren, vroeg ik mijzelf af: waar dient dit alles voor? Want de natuurkunde en de sterrenkunde gaven mij niet de antwoorden waar ik naar op zoek was.
En hier studeer ik dan theologie. Voor mij is het nog steeds heel vreemd: ik deel een huis met jongens uit alle delen van de wereld en uit verschillende culturen, persoonlijk is dit een heel rijke ervaring. Als ik naar mijn studie kijk dan zie ik dat mijn rationalistische vorming mij ertoe aanzet om op zoek te gaan naar exacte antwoorden, maar theologie werkt zo niet. Het is een wetenschap met zijn eigen methode die heel andersoortige oplossingen geeft. En op die manier vertrouw ik mijzelf toe aan het Mysterie, blijf ik bezig met onderzoeken, in het bijzonder de diepten van mijzelf.

Een wonder in Vietnam

In Italië laat ik mij Giuseppe noemen, maar ik kom uit Vietnam, om precies te zijn uit een stadje dat 200 km ten zuiden van Saigon ligt. Ik woon al meer dan twee jaar in Rome en dit jaar ben ik begonnen met mijn studie theologie.
Volgens je geloof leven is in mijn land nooit makkelijk geweest, en ook nu nog zijn er voor de lokale Kerk verscheidene problemen. Maar als ik de verhalen van mijn moeder en mijn familie hoor over de periode direct na de oorlog met de overwinning van de Vietcong, dan vind ik dat ik heel gelukkig ben.

De vervolging van de katholieken was in die tijd heel ge-welddadig. Mijn moeder heeft mij dikwijls verteld dat, toen zij een klein meisje was en onderweg was naar de mis, zij een groep politieagenten kruiste die op straat patrouilleerden. Het was vier uur in de ochtend, het tijdstip waarop zij gewoon was naar de mis te gaan, voor zij naar de velden ging om op het land te werken. Bij het zien van de politie werd zij heel erg bang dat zij zou worden gevangen genomen of neergeschoten. Om zich te beschermen verborg zij zich op het kerkhof toen het nog erg donker was, en na een uur had zij het idee dat de politie weg was, maar toen was de mis al afgelopen. Van dat soort verhalen ken ik er heel veel, maar dit, ik weet niet waarom, toont mij beter dan andere dingen de angst die wij in die periode konden hebben bij het belijden van ons geloof.



Zoals gezegd is de situatie nu enigszins verbeterd, maar de regering wil nog steeds toezicht houden op de Kerk, in het bijzonder op de roepingen tot het priesterschap. Het is zelfs zo dat voor het seminarie in ons bisdom een verplichte toelatingslimiet geldt. Onze bisschop mag per keer maar 20 seminaristen toelaten. Het aantal roepingen is echter veel groter.
Dat ik hier ben, niet alleen als seminarist, maar als mens, gezond van lijf en leden, dank ik aan de Heilige Maagd. Al vanaf toen ik een jongetje was, heb ik veel gezondheidsproblemen gehad, maar de Heilige Maagd heeft mij geholpen bij een ziekte die ogenschijnlijk niet te genezen was. Ik herinner mij dat ik op school was en plotseling begon te transpireren en hoge koorts kreeg. Mijn juf ont-fermde zich onmiddellijk over mij en bracht mij naar het ziekenhuis. Ik bleek een ernstige vorm van malaria te hebben. Mijn moeder zat huilend naast mijn bed, zij boog zich naar mij toe en zei mij dat ik de hoop niet moest verliezen. Daarom zei ze mij dat ik mij vol overgave tot Maria moest richten. Ik bracht de nacht biddend door, maar omdat ik mijn rozenkrans niet bij me had, telde ik de weesgegroetjes op de vingers van mijn hand. Na tien dagen werd ik uit het ziekenhuis ontslagen, en na een maand was ik helemaal genezen. Alleen later vertelde mijn moeder mij dat de dokters haar hadden gezegd dat ik diezelfde nacht zou sterven.
De kathedraal van Notre Dame van Ho Chi Minh stad (Saigon)

Ik herinner mij dat ik in mijn gebeden tracht mijn leven aan God aan te bieden. Nu ben ik seminarist, ik woon in Rome, ik studeer om de Kerk te dienen en mijn droom om de Heilige Vader te ontmoeten, wordt werkelijkheid. Ik zou hem zo graag willen ontmoeten, vooral om hem te vragen wat je moet doen om een goede priester te worden. Ik weet dat hij mij zulke goede raad zal kunnen geven. Dank U wel!
Nguyen Duc Hoang, Theologische faculteit, eerstejaars.

Mijn roeping en mijn familie

Edicson René Acosta Mejia, uit Venezuela, is tweede-jaars student filosofie aan de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis. Hij vertelt hoe hij via omwegen zijn roeping heeft gevonden.
Venezuela is een land met een sterke devotie en een intens doorleefd volksgeloof, en mijn bisdom, San Cristobal, heeft het grootste aantal roepingen van het hele land. Mijn familie daarentegen was nooit echt gelovig. En God is ook nooit langsgekomen om aan onze deur te kloppen. Maar alles veranderde met de bekering van mijn zus en haar consequente leven binnen de Kerk. Van het begin af aan ging ze mij en mijn broer betrekken bij parochie-activiteiten, catechismuslessen, de bijeenkomsten georganiseerd door de katholieke jongeren van mijn stad. Op zekere dag nam mijn zus mij en mijn broer mee naar de lunch in het seminarie van het bisdom, waar een goede vriend van haar woonde en studeerde. Dat was een beslissende ontmoeting; van het eerste ogenblik had ik bewondering voor hem en vond ik het heel natuurlijk dat ik net als hem wilde worden. Met deze hartenwens begon ik mijn studie aan de universiteit en door vaak even langs te gaan bij de kapelaan van de faculteit kwam ik tot een verdieping van mijn geloof en van mijn kennis van de Heilige Schrift, en begon ik mij af te vragen wat mijn roeping zou kunnen zijn.

Het was maar een kleine stap die ik moest zetten. Ik hield op met mijn ingenieursopleiding en ging naar het seminarie. Maar misschien was het toch een te haastige stap; de verleiding om het niet te doen won het van mijn eerdere besluit, en omdat ik mijzelf ongeschikt vond, dacht ik dat het priesterschap voor mij geen roeping was maar alleen een stomme fout. Ik pakte mijn studie met succes weer op, ik was dol op de universiteit, en toch voelde ik dat er iets ontbrak. God bleef mij roepen, elke keer weer sterker. Op zekere dag woonden mijn broer en ik een bijeenkomst op het seminarie bij, waar een video werd vertoond. Het was het getuigenis van een priester die net als ik diezelfde rusteloosheid en verleidingen had doorgemaakt. Mijn tweelingbroer stuurde mij toen een berichtje: “Ik weet wat je nu voelt!” Het was een nieuw begin. Vanaf die dag begon ik intenser te bidden en vroeg God mijn hart duidelijkheid te geven. Ik rondde mijn studie aan de universiteit af en besloot terug te gaan naar het seminarie. Echter, een nieuwe angst bekroop mij: de reactie van mijn ouders, want ik wist heel goed dat zij daar niet gelukkig mee zouden zijn. Ik schrok ervoor terug hen van mijn besluit op de hoogte te stellen. En toch voelde ik dat mijn moeder wist wat ik doormaak-te, ik merkte dat zij heel erg betrokken was bij mijn ruste-loosheid. Ik sprak mijzelf moed in en, aan tafel bij de lunch vertelde ik hen dat ik weer naar het seminarie zou gaan. Ik had mij niet vergist, mijn moeder had al begrepen wat er schuil ging in mijn hart; en mijn vader, toen hij dit nieuws hoorde, barstte hij in tranen uit.
Nu zit ik in Rome. Het is niet alleen mijn roeping, maar de roeping van mijn hele familie. Vanaf het moment dat ik aan deze reis begon, riep God ook hen. Mijn familie is nu heel gelukkig en zelfs mijn vader is veranderd: van de afstandelijke man die hij ooit was, is hij een liefdevolle vader geworden die mij elke keer weer omhelst en over-laadt met blijken van tederheid. Als God ons roept, roept hij niet alleen ons, maar alle mensen van wie wij houden en die van ons houden. Door mij te roepen tot het priesterschap heeft Jezus mijn familie omgevormd tot een huiskerk.

“Ik vertrouw op het gebed van allen”.

Mgr. Fernando Ocáriz de nieuwe Grootkanselier van de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis heeft op dinsdagmiddag 24 januari 2017 een kort bezoek gebracht aan de universiteit ter gelegenheid van zijn eerste ontmoeting als de nieuwe Prelaat van het Opus Dei met vertegenwoordigers van de media.
Mgr. Ocáriz (links) samen met de rector prof. Navarro

Tijdens zijn toespraak dankte hij God alsook degenen die hem gekozen hebben en Paus Franciscus voor het vertrouwen dat zij hebben betoond. “Ik had het gevoel dat ik te kort zou schieten als ik dacht aan de schatten die ons zijn nagelaten door personen van een zo hoog spiritueel niveau als de heilige Jozefmaria, de zalige Álvaro en mgr. Echevarría”, zo sprak hij. “Ik vertrouw op het gebed van allen en ik ben er zeker van dat God mij veel hulp zal geven.”. Daarna richtte hij zijn blik op de nabije toekomst: “De uitdagingen zijn die waar de christenen vandaag mee te maken hebben.” Hij noemde er drie: kinderen, het gezin en de strijd tegen armoede en tegen ziekten. Mgr. Ocáriz herinnerde er ook aan dat zijn benoeming plaatsvond in de ’Week voor de Eenheid van de Christenen’: “Wij moeten geen mensen van de confrontatie zijn, die niets in te brengen hebben van welke kant dan ook, en die alleen een gelegenheid scheppen voor gebrek aan liefde. Het is mogelijk om uiteenlopende opvattingen te hebben en toch vrienden te zijn. De brug van de vriendschap draagt verder bij tot de uitwisseling van ideeën”. Hij werd vergezeld door de Vicaris-Generaal, mgr. Maria-no Fazio, die op de avond van 23 januari in het Vaticaan de naam die door het Verkiezingscongres was vastgesteld aan de Paus heeft voorgelegd. “Franciscus heeft de benoeming onmiddellijk getekend”, vertelde hij, “en hij heeft gezegd dat dit voor het Opus Dei een heel belangrijk moment is, omdat de Prelatuur voor het eerst zal worden geleid door iemand die niet direct met de heilige Jozefmaria heeft samengewerkt. Daarom heeft hij trouw aan de geest van de stichter toegewenst en een grote stap naar de toekomst.” Alvorens afscheid te nemen heeft Paus Franciscus aan mgr. Frazio een medaille van de heilige Maagd overhandigd als geschenk voor de nieuwe Prelaat. Tijdens het korte bezoek aan de Universiteit kreeg mgr. Ocáriz de gelegenheid veel van de aanwezige journalisten afkomstig uit verscheidene landen persoonlijk te begroeten, en dat nog wel op de naamdag van hun patroon, de heilige Franciscus van Sales.

Hulpfonds Pauselijke Universiteit

Het Hulpfonds van de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis ondersteunt seminaristen en priesterstudenten die hun studie volgen aan de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis te Rome.
De meesten van de studenten komen uit landen waar hun eigen bisschoppen niet over de middelen beschikken om de studie in het hart van de Wereldkerk te bekostigen. Er wordt ook financiële steun geboden aan de uni-versiteit zelf om deze in staat te stellen toekomstige herders voor de Kerk op te leiden.
startpagina van de blog van het hulpfonds: www.hulpfonds.blogspot.nl

Het hulpfonds maakt deel uit van Stichting De Oude Gracht, een zogenoemde ANBI, een algemeen nut beogende instelling. Dit betekent dat uw gift onder bepaalde voorwaarden geheel aftrekbaar is van de belasting.

Fiscaal bijzonder aantrekkelijk (zonder drempel) is het als u ons uw gift in de vorm van een periodieke schenking voor minimaal 5 jaar laat toekomen. Indien wenselijk kunnen wij u hierover nader informeren en hulp bieden bij het opstellen van een eenvoudige schriftelijke overeenkomst.



U kunt uw (periodieke) gift storten op rekening:
IBAN: NL09 INGB 0006 3642 22
(BIC: INGBNL2A)
t.n.v. Hulpfonds Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis
Voor vragen en eventueel een afspraak:
René Guldenmund, secretaris
tel: 070 - 4277018

Contact

Stichting De Oude Gracht,
Hulpfonds Pauselijke Universiteit
Jan Luijkenstraat 52,
1071 CS Amsterdam,
tel: 020-6732342,
KvK-nummer: 41208834

maandag 14 maart 2016

De Verlosser van Haiti



Nieuwsbrief, jaar V, nr. 6 – februari 2016

 



De Verlosser van Haïti

Jean Gilles Kenley, 2-jaarsstudent aan de Pauselijke Universiteit vertelt van zijn herinneringen aan kerstmis in zijn geboorteland.


Voor ons in Haïti is Kerstmis een heel bijzondere tijd, voor de kinderen. Tijdens de twee of drie dagen die daaraan voorafgaan genieten de Haïtiaanse kinderen een grotere vrijheid vergeleken met de rest van het jaar. De ouders geven hun de gelegenheid de hele dag met hun vriendjes buiten op straat te spelen. Maar mijn land is in zekere zin wat merkwaardig. Een echte christelijke devotie moet rekening houden met het bestaan van een grote mengeling van religies, waarvan voodoo de belangrijkste is. Het komt te vaak voor dat trouwe kerkbezoekers in Haïti in het geheim magische rituelen beoefenen of een mengeling van christendom en voodoo.

woensdag 16 december 2015

Nieuwsbrief December 2015








Nieuwsbrief, jaar IV, nr. 5 – december 2015



“Ik kan alles doen door Hem die mij kracht geeft”


Ik ben Francis Chikwado Onwuchulum; ik ben 26 jaar en van mijn eerste jaar Theologie aan de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis heb ik er nu negen maanden opzitten. Mijn stad, Onytsha, is een grote wereldstad in het Zuidoosten van Nigerië, waar de rivier de Niger uitmondt in de Atlantische Oceaan.

Ik ben geboren in een dorpje niet ver daarvandaan, maar heel kort daarna verhuisden mijn ouders met mij en mijn broers naar de stad. Mijn vader werkte als trader in de financiële wereld en mijn moeder werkt op het stadhuis; beiden behoren tot de Igbo-stam, waarvan alle leden in Nigerië katholiek zijn. Als kind groeide ik op in een liefdevolle en rustige omgeving als de jongste van drie broertjes. Helaas, toen ik drie jaar was, verloor ik mijn vader. Ik heb maar een vage herinnering aan hem maar, God zij dank, slaagt mijn moeder er steeds in die levend te houden: ik weet dat hij in de stad werd gerespecteerd om zijn eerlijkheid en zijn harde werk, en mijn moeder vertelt over hem als een man met een grote liefde voor de waarheid en met een rijk gebedsleven.

Mijn moeder liet zich niet ontmoedigen, zelfs niet door deze gebeurtenissen; haar leven draaide om Christus. Elke ochtend nam zij ons vóór de Afrikaanse dag en dauw, om half zes, mee naar de mis om ons daarna naar school te brengen in het vooruitzicht van een lange werkdag, en dat deed zij tot mijn twee broers waren afgestudeerd, een in de economie en een in marketing. Dat heeft vruchten opgeleverd.